01-07-2020. De afgelopen weken zijn we een paar keer op stap geweest om te zoeken naar slijmzwammen. Verschillende keren heb ik daarbij ook mijn apparatuur meegenomen om ter plekke stack-foto’s te maken. Ik was daarvoor huiverig, omdat het toch elektronische precisie apparatuur is. Met behulp van een externe accu kon ik de stackrail nu ook in het veld gebruiken. Met een lens als de Canon MP-E 65 mm lens is dit geen overbodige luxe voor scherpe foto’s.
Dit is deel 1 van 3 blogs, omdat ik zoveel foto’s heb gemaakt van slijmzwammen, dat de pagina’s anders veel te groot worden. De volgende delen publiceer ik aansluitend.
Ik heb het al eerder geschreven, de scherptediepte van deze lens is zeer klein. Die loopt bij 1x vergroting van 0,396 mm bij diafragma f/2.8 tot 2,240 mm bij diafragma f/16. Echter, dit loopt fors terug bij 5x vergroting. Dan ziet het er als volgt uit : 0,048 mm bij f/2,8 tot 0,269 mm bij f/16. Handmatig een stackrail instellen is dan niet meer te doen.
De sweetspot van de lens is die instelling van het diafragma, waarbij de lens de mooiste en scherpste foto’s maakt. Bij andere diafragma’s doe je dus concessies. Vaak krijg je vervorming aan de buitenkant van de foto’s en lever je scherpte in. Soms is dat acceptabel, omdat je meer scherptediepte wil en de foto’s wellicht bijsnijdt. F/16 geeft wel meer scherptediepte, maar is zeker niet scherper bij deze lens. Deze Canon MP-E 65 mm lens heeft verschillende instellingen met betrekking tot de vergroting en dus ook een andere sweetspot behorende bij die vergroting.
Het is ook begrijpelijk als je naar de specificaties van deze lens kijkt. Er is namelijk een verschil tussen het ingestelde diafragma getal en het werkelijke diafragma getal. In de praktijk is dat als volgt. Bij 1x vergroting is het ingestelde diafragma f/2.8, in werkelijkheid is het f/5.6 en bij f/16 loopt dat op tot f/32. Maar bij 5x vergroting is f/2,8 in werkelijkheid f/16.8 en dat loopt bij f/16 op tot f/96. Je ziet dit direct terug in je zoeker op de camera, er blijft geen licht over en je ziet zonder hulplicht niet meer waarop je scherp stelt. Dit alles maakt het een gecompliceerde lens en een flitser is noodzakelijk. Bij hoge diafragma’s lever je zoveel in, dat je geen scherpe foto meer overhoudt.
Bij focus-stacking is het belangrijk om de scherpste instelling te kiezen. Het aantal te maken foto’s voor een foto met enige scherptediepte wordt dan al snel groot. En dan ook nog omdat de foto’s elkaar 30% moeten overlappen. De beste diafragma keuze voor deze lens ligt op f/5.6 bij 5x vergroting tot f/11 bij 1x vergroting en alles wat ertussen ligt. Vaak zit ik op maximaal 3x vergroten met f/8. Rekeninghoudend met de overlap tussen de foto’s stel ik de automatische stackrail dan in op 0,16 mm verplaatsing tussen de foto’s.
Je kan bij deze vergrotingen niet onbeperkte scherptediepte creëren. Als de te overbruggen afstand te groot wordt krijg je in de uiteindelijke foto een ghosting effect. De camera wordt steeds een stukje naar voren geschoven en dus verandert ook de grootte van het onderwerp en ontstaan er delen waar geen goede scherpe data meer beschikbaar is.
Een andere factor is wind. Als niet alles perfect stil blijft staan tijdens het maken van de foto’s krijg je geen goede eindresultaten. Ook is het licht van grote invloed. Binnen, in een gecontroleerde omgeving, is het geen probleem om de hoeveelheid licht goed te krijgen, echter buiten is dat een ander verhaal. Bij wisselende lichtomstandigheden door zon en wolken krijg je verschillen in de foto’s, die bij het samenvoegen een probleem kunnen opleveren. Vandaar dat ik vaak de flitser gebruik. Echter, doordat die flitser op de voorkant van lens is gemonteerd verplaatst deze ook mee. Bij goede lichtomstandigheden buiten probeer ik de flitser te vermijden en kies ik voor een langere sluitertijd.
Maar genoeg over de technische aspecten van deze lens. Onderstaande foto’s zijn op diverse locaties gemaakt, waaronder ook in onze eigen tuin.
Ik blijf het geweldig vinden om de wereld, die met het blote oog nauwelijks waarneembaar is, door middel van macrofotografie zichtbaar te maken. Doordat je de foto op het scherm te zien krijgt is de vergroting nog vele malen groter dan de 1x tot 5x waarmee ik fotografeer op een full frame sensor.
Hieronder een aantal foto’s van de Ceratiomyxa Fruticulosa of Gewoon ijsvingertje. Op de bovenste rij zie je de vorming vanuit plasmodiale vorm tot aan de vorming van sporen. De eerste foto (4x) vergroting is genomen op 21/5/2020 om 15.31 uur, de tweede (2x) vergroting is een samenstelling van 13 foto’s om 20.13 uur en de derde is een samenstelling van 11 foto’s (2x) vergroting op 22/05/2020 om 15.58 uur. Het gebruikte diafragma is f/8.
De foto’s in de rij eronder zijn genomen op 14 juni en zijn samenstellingen van 14 en 13 foto’s met diafragma f/5.6.





Eén van de mooiste soorten, die ik tot nu toe gevonden heb de Physarum psittacinum of Oranjesteelkalkkopje. Om een indruk te krijgen over de afmetingen, het kopje is 0,6-0,8 mm groot. De eerste foto heb ik gemaakt op 14 juni en is een samenstelling van 33 foto’s. Ik heb het kleine stukje hout mee naar huis genomen om het verloop van het proces te fotograferen. Dat werkte dus niet, het proces is gestopt door de veranderende omstandigheden. Dit ondanks de voorzorgsmaatregelen die ik genomen had, een afgesloten doosje en vochtig tissue papier. De twee andere foto’s heb ik al eerder, op 19 mei genomen. De tweede foto is een samenstelling van 9 foto’s met (4x) vergroting en de derde foto is een samenstelling van 17 foto’s met (5x) vergroting.



Onderstaande foto van de Arcyria insignis var. major of Helroze netwatje (links) is een samenstelling van 19 foto’s. Deze soort kan circa 10 mm groot worden. De tweede foto (rechts) is een Stemonitis soort, echter welke variëteit durf ik niet te zeggen. Hij is al oud en waarschijnlijk nat geweest. Deze kan 6-20 mm groot worden en dus makkelijk te vinden. Het is een samenstelling van 35 foto’s.


Hieronder is de verandering zichtbaar naarmate de tijd verstrijkt. De foto’s zijn gemaakt op 21 mei om 13.39 uur en op 22 mei om 16.30 uur. Het is de Trichia decipiens var. olivacea of Peervormig draadwatje. Ook hier zijn de kopjes weer erg klein, tussen de 0,5 en 1,2 mm. Als ze nog verder afrijpen dan barsten de kopjes open en komen de sporen vrij.


Maar er zijn meer variëteiten van de Trichia. Vaststellen welke soort het exact is blijft moeilijk, hiervoor zou je eigenlijk de sporen moeten onderzoeken. De foto links, gemaakt op 19 mei, zou de Trichia varia of Fopdraadwatje kunnen zijn, maar met zekerheid kan ik het niet zeggen. Het is een samenstelling van 22 foto’s. De rechterfoto, een samenstelling van 25 foto’s, en de foto eronder, een samenstelling van 23 foto’s, lijken er veel op en zijn waarschijnlijk ook een Trichia soort, maar de sporen zijn duidelijk anders van kleur. Gefotografeerd op 17 juni.



Maar er zijn er nog meer. Waarschijnlijk zijn de onderstaande foto’s van de Trichia persimilis of Goudgeel draadwatje. Maar zekerheid is alleen te verkrijgen na microscopisch onderzoek van de sporen. Het zijn samenstellingen van 14 (links) en 7 foto’s (rechts). Gefotografeerd op 19 juni.


Linksonder, gefotografeerd op 22 mei, is waarschijnlijk de Arcyria AInis, een samenstelling van 5 foto’s. Rechts lijkt veel op een zich ontwikkelende Ceratiomyxa fruticulosa, gefotografeerd op 15 juni. Het enige waar ik mij hier over verbaas, is dat het allemaal wat verder uit elkaar staat. Normaal kom ik ze tegen zoals op de eerste foto’s op deze pagina zichtbaar is.


Onderstaande soort is waarschijnlijk de Physarum leucophaeum of Grijswit kalkkopje. Beide foto’s zijn samenstellingen van respectievelijk 31 en 27 foto’s. Bij de bovenste foto kan je duidelijk het ghosting/halo effect zien wat is ontstaan tegen de zwarte achtergrond. Dit zou eventueel gecorrigeerd kunnen worden in Photoshop. De foto’s zijn gemaakt op 22 mei.


De onderstaande soort is de Physarum viride of Geelgroen kalkkopje. Ondanks dat ze zeer klein zijn kan je ze makkelijk vinden door de kleur die ze hebben. De kopjes zijn wat afgevlakt en hebben een afmeting van (0,1 tot 0,3) x (0,3 tot 0,6) mm, zeer klein dus. De eerste foto, een samenstelling van 25 foto’s, is met 5x vergroting gefotografeerd en met diafragma f/5.6. De verplaatsing van de stackrail bedraagt 0,065 mm tussen de foto’s. Totale scherptediepte is hier dus circa 1,62 mm. Gefotografeerd op 7 juni.

Onderstaand een samenstelling van 42 foto’s met 4x vergroting en eronder een samenstelling van 27 foto’s met 1x vergroting.


Op 9 juni heb ik nog een samenstelling gemaakt van 39 foto’s met 5x vergroting. Ook hier weer een verplaatsing van de fotocamera tussen iedere opname van 0,065 mm, dus totale scherptediepte 2,6 mm. Dit is een stukje hout dat ik mee naar huis had genomen om het verdere verloop te kunnen fotograferen en de sporen bij mij in het bos te verspreiden. Daarmee heb ik nog steeds weinig succes geboekt. Op één of andere manier is het verspreiden van sporen geen garantie op de ontwikkeling ervan.

Door naar slijmzwammen deel 2.
Meer lezen? Kies één van onze andere blogs via deze link, of selecteer een blog via de Categorieën of Tags op deze pagina.