Slijmzwammen fotograferen met de Canon MP-E 65 mm (deel 2)

02/07/2020 3 mins to read
Share

02-07-2020. Ik begin met enkele foto’s, die het proces laten zien van het afrijpen van de slijmzwammen. Wat vooral duidelijk wordt is, dat er niet veel tijd tussen zit. De eerste foto, Stemonitis Fusca of Gebundeld netpluimpje, maakt dat heel duidelijk. De slijmzwam begint zich net te vormen vanuit de plasmodiale staat en circa 18 uur later kunnen de sporen zich weer gaan verspreiden. Je moet het dus net treffen als je aan het zoeken bent, dat je ze vindt in plasmodiale vorm. Dat kom ik erg weinig tegen. De tweede foto is de Cribraria argillacea of Zandkleurig lantaarntje, de derde foto waarschijnlijk de Stemonitopsis typhina of Zilveren schijfpluimpje en de vierde foto de Ceratiomyxa fruticulosa of Gewoon ijsvingertje in het geel. Alle foto’s zijn samenstellingen.

Nog een voorbeeld van het afrijpen. De Lycogala exiguum of Kleine boomwrat. Dit is een soort die je herkent in beginnend stadium als een zeer klein oranje puntje op een stuk verrot hout, die in de loop van de dagen steeds groter wordt, alvorens te gaan verkleuren. Er staat een tweede soort tussen, de Cibraria cancellata of Knikkend lantaarntje. Zo zie je de verhouding goed. De grootste oranje slijmzwam is hier circa 10 mm. De individuele foto’s zijn samenstellingen uit 28 foto’s.

Hieronder een aantal foto’s van de Cibraria cancellata of Knikkend lantaarntje. Hierbij heb ik verschillende vergrotingen gebruikt. Op de laatste foto’s zie je duidelijk wat de impact is als je zo vergroot kan fotograferen, je kan dit nagenoeg niet met het blote oog waarnemen. Op de eerste rij samenstellingen van respectievelijk 21x (f/8.0), 22x (f/8.0), 108x (f/5.6). De rij eronder, 16x (f/8.0), ik heb daarna de foto uitgesneden en de laatste 52x (f5.6) zonder uitsnede. Het resultaat van de vierde foto is beter. Hier zie ik in de toekomst nog meer mogelijkheden, als er een nieuwe Canon camera komt met nog meer pixels. Dan kan je na de uitsnede toch nog groot printen. Voor het internet is dat niet zo belangrijk.

Ik heb veel foto’s gemaakt van de Metatrichia vesparium of Gebundeld kelkpluisje. Ik had stukjes hout meegenomen naar huis om het proces te volgen. Dit is ook een prachtige soort. De kopjes zijn tussen de 1,8 en 2,6 mm hoog en 0,8 mm in doorsnede. Het steeltje is maximaal 1,5 mm hoog. Alle onderstaande foto’s zijn weer samenstellingen. Het varieert tussen de 10 en 30 foto’s per samenstelling. Van het beginstadium als ze net volwassen zijn tot het stadium, waarbij ze de sporen allemaal verloren zijn. Het openbarsten om de sporen te verspreiden duurt bij deze soort langer, daar zit enkele dagen tussen. Foto 4, 5 en 6 zijn gemaakt op 15, 18 en 21 juni.

Onderstaande soort is de Arcyria cinerea of Asgrauw netwatje. Ook dit zijn allemaal samenstellingen van tussen de 17 en 32 foto’s.

De laatste foto’s voor deze pagina. Het is de Stemonitis smithii of Kaneelkleurig netpluimpje. Op de linkerfoto zitten alle sporen er nog aan en op de rechterfoto zijn de meeste sporen weg. Deze slijmzwammen zijn pakweg 4 mm hoog. De foto’s zijn samenstellingen van respectievelijk 12 en 14 foto’s met diafragma (f/8.0)

Terug naar slijmzwammen deel 1 of door naar deel 3.

Meer lezen? Kies één van onze andere blogs via deze link, of selecteer een blog via de Categorieën of Tags op deze pagina.