03-03-2020. Begin februari zijn we op uitnodiging naar het “Forêt domaniale de Grésigne” gegaan. Dit bos ligt op de grens van het departement Tarn-et-Garonne en het departement de Tarn. Het is een bos van 3600 hectare dat voor 80% uit eiken bestaat.
Het doel van deze dag was het zoeken naar plasmodiale slijmzwammen. Februari is nog vroeg in het jaar en de temperatuur is laag, maar dat is geen probleem. Zolang het maar goed vochtig is, want op droog hout of droge bladeren ontwikkelen de plasmodiale slijmzwammen zich niet.
Onderstaande beschrijving kwam ik tegen op de website van Plantentuin Meise en geeft een goede beschrijving.
Myxomycetes of slijmzwammen hebben geen hersenen. Toch kunnen ze hun weg door een doolhof vinden en zijn ze zelfs in staat een robot te besturen. Het zijn amoeben, die in staat zijn om een vruchtlichaam te vormen, dat wij meestal met het blote oog kunnen observeren. Voordat deze speciale groep eencelligen een vruchtlichaam maakt, vormt hij een slijmerige massa, het plasmodium. Dit plasmodium is unicellulair en voedt zich met verschillende organismen zoals bacteriën.
De meeste kans heb je op nat en rottend hout of op natte oude bladeren, op koele en schaduwrijke plaatsen. In de plasmodiale vorm herken je ze vrij snel door het grotere oppervlak wat ze bestrijken, maar als ze zich eenmaal tot de vaste vorm hebben getransformeerd wordt het al een stuk lastiger. Ze zijn slechts enkele millimeters groot en je zult goed moeten kijken.
Voor de fotografie is het een uitdaging, want ze zijn erg klein, slechts enkele millimeters. Met een macrolens 1:1 krijg je ze verre van beeldvullend, tenzij het een heel “veldje” is. Ik heb de mogelijkheid om tussen mijn 100 mm macrolens en de camera een tussenring te zetten, die de focus van de camera aanstuurt, zodat ik een stack van meerdere beelden kan maken. Hierdoor krijg ik meer scherptediepte. Maar dan moet het wel een echt ”veldje” van slijmzwammen zijn, anders is het niet zinvol.
Met een speciale macrolens zoals de Canon MP-E 65 mm, deze kan tot 5x vergroten, kan ik ze veel meer beeldvullend fotograferen. Maar dan ben ik vaak wel verplicht om een flits te gebruiken in combinatie met een zeer nauwkeurige stackrail door de zeer geringe scherptediepte van deze lens.
Er zijn ook andere mogelijkheden en één daarvan is een relatief goedkope compact camera, zoals bijvoorbeeld een Olympus TG 5. Deze heeft een macrostand en daar kan je goede foto’s mee maken, mits er voldoende licht is of met behulp van een extra lampje. Licht is belangrijk voor deze camera, door de kleine sensor (12 MP) is de camera erg ruisgevoelig.
Het nadeel van de Canon MP-E 65 mm lens, die tot 5x kan vergroten of met een adapter nog meer, is en blijft de zeer geringe scherptediepte. Dan heb ik het nog niet over teruglopen van het licht dat doorgelaten wordt naarmate de vergroting hoger wordt ingesteld en de afstand tot het onderwerp kleiner wordt.
Een voorbeeld van de scherptediepte. Bij f/2,8 en 1x vergroting bedraagt deze slechts 0,396 mm, dit loopt terug tot 0,048 mm bij 5x vergroting. Op f/16 is dat bij 1x 2,24 mm en bij 5x 0,269 mm. Nu is het fotograferen met f/16 ook niet de oplossing, omdat ik graag maximale scherpte wil en die zit niet op f/16. Bij f/16 loopt de scherpte van de lens erg terug. De beste scherpte van deze lens ligt, afhankelijk van het gekozen vergroting, tussen de f/5,6 en f/8,0 en dan is de scherptediepte ergens tussen de 0,792 mm en de 0,132 mm. Over de afstand tot het onderwerp is het volgende te zeggen, bij 1x vergroting is de afstand tot het onderwerp 100 mm en bij 5x vergroting loopt dat terug tot 40 mm.
Dan de hoeveelheid licht die de lens doorlaat. Bij 1x vergroting is het effectieve f-getal al f/5,6 als je op de camera f/2,8 selecteert en bij f/16 loopt dat terug tot f/32. Bij 5x vergroting liggen die waarden bij 1x vergroting op f/16,8 en bij 5x op f/96. Dan zie je zonder extra lichtbron niet eens meer waar je scherp op probeert te stellen.
De Canon MP E-65 is een volledig handmatig in te stellen lens zonder stabilisatie. De conclusie is dan ook, dat in de meeste gevallen een speciale flitser onontbeerlijk is met een ingebouwd hulplicht. Daarnaast een statief en een stackrail vanwege de scherptediepte. Het kan ook zonder statief en stackrail, maar dan krijg je foto’s met een zeer geringe scherptediepte en doe je concessies aan de scherpte van de foto door f/16 te gebruiken.
Op deze dag heb ik geen stackrail meegenomen, wel een heel klein statief. Ik wilde allereerst eens de ervaring opdoen van het zoeken en vinden van de slijmzwammen en het uit de hand fotograferen. Ook wilde ik de groep niet ophouden, want het maken van stacks is erg tijdrovend. Ik had naast de MP E-65 lens ook mijn standaard 100 mm macrolens bij inclusief de speciale tussenring, maar die ging al snel de tas in.
De identificatie van de plasmodiale slijmzwammen is erg lastig om te doen. Ik heb een gespecialiseerd boek hiervoor gevonden, geschreven in het Frans. Dit is inmiddels niet meer verkrijgbaar. Het komt erop neer, dat als ze hun rijpe status hebben bereikt ik ze kan vergelijken met de foto’s in het boek of op diverse websites, om erachter te komen welke soort het is. Maar om er echt zeker van te zijn is er eigenlijk sporenonderzoek nodig. Dus waarbij het kan zet ik de naam erbij en voor de rest gaat het om de foto.
Allereerst een foto van het plasmodiale stadium, die begint met de transformatie naar de vaste vorm. Het plasmodiale stadium duurt ook niet heel lang en is van vele factoren afhankelijk. Dit was de enige, die we deze dag vonden. Het is de Hemitrichia serpula en neemt de vorm aan die lijkt op een pretzel. Hierna rijpt hij af en gaat sporen vormen.

Onderstaand een voorbeeld van het resultaat met een 100 mm macrolens. Links is goed te zien hoe klein de slijmzwammen zijn, rechts is een uitsnede van deze foto. En dan nog blijven ze klein.


Nog twee uitsneden van foto’s gemaakt met de 100 mm lens. Dit geeft een goed idee van waar je naar moet zoeken. De linker is net vanuit het plasmodium gevormd en gaat nog van kleur veranderen, de rechter is bijna rijp en zal vervolgens openbarsten om de sporen te verspreiden.


Onderstaand is het goed zichtbaar, dat de Canon MP-E 65 mm macrolens het verschil maakt. De linker is gemaakt met diafragma f/8.0, de rechter met f/13 en je ziet duidelijk het verschil in scherptediepte. Bij de onderste foto heb ik de vergroting nog wat hoger gezet met diafragma f/13. Je ziet dat door de extra vergroting de scherptediepte weer afneemt. Voor deze foto’s is de flitser noodzakelijk, tenzij je een statief gebruikt met erg lange sluitertijden of hoge ISO-waarde.
Deze zijn rijp en verspreiden de sporen.



Onderstaand het verschil tussen de 100 mm macrolens met één enkele foto ten opzichte van een samengestelde foto van 28 afzonderlijke foto’s. Deze is gemaakt met behulp van de speciale tussenring, die de focus automatisch verplaatst met de ingestelde waarde tussen elke foto. Je ziet nu op de linkerfoto (een uitsnede) veel minder scherptediepte dan bij de rechterfoto. Hierna ging de 100 mm lens definitief de tas in.


Terug naar de MP-E 65 mm lens. Zonder dat je de originele foto’s ziet is niet te bepalen of deze foto’s een uitsnede zijn. Beide zijn een flinke uitsnede en dat kun je zien aan de scherptediepte. Ik heb de foto’s van een wat grotere afstand genomen, want dat komt de scherptediepte ten goede. Voor het internet is de foto groot genoeg.


Op onderstaande linkerfoto zie je nog goed de laatste resten slijm, waaruit de witte bollen zich gevormd hebben. Rechts zie je een veldje met plasmodiale slijmzwammen, die zich nu beginnen te ontwikkelen, deze gaan nog verder van vorm veranderen. Welke soorten het betreft kan nu nog niet bepaald worden.


Sommige soorten glimmen in het begin nogal en dan zie je de flits er direct in terug. Anderen zijn wat matter van uiterlijk en zitten soms wat dieper verscholen in een stuk hout. Je kan goed aan de afmetingen van het mos zien hoe klein de plasmodiale slijmzwammen eigenlijk zijn.


Omdat je vaak met je neus op de slijmzwammen zit, zie je ook andere kleine dingen zoals springstaartjes, die er graag tussendoor kruipen. Dan komt de MP-E 65 mm lens echt tot z’n recht. Springstaartjes zijn een erg dankbaar macrofotografie onderwerp.




Maar er waren naast slijmzwammen natuurlijk nog meer onderwerpen die leuk zijn voor de macrolens. Onderstaand links een zakje met eieren van een spinnetje, de “Ero aphana”, die hangt aan een stukje hout. Aan de rechterkant Hypnum, Klauwtjesmos.


Er valt zoveel te ontdekken met een macrolens, korstmossen en spinnen bijvoorbeeld.


Ik blijf macrofotografie fascinerend vinden. Hierdoor kan ik de natuur, die normaal niet goed zichtbaar is met het blote oog, zichtbaar maken. En ook met een gewone 100 mm macrolens kan ik een heel eind komen. Met tussenringen of een Reynox voorzetlens kan ik een heel stuk dichterbij komen, waardoor het onderwerp groter in beeld komt. Het gaat dan wel ten koste van de scherptediepte.
Je hebt voor slijmzwammen echt geen speciale lens nodig. Zoals ik al eerder schreef ook met een compactcamera zijn leuke resultaten te halen. Onderstaande foto is gemaakt zonder flits bij natuurlijk licht. De foto is uit de hand genomen en is geen uitsnede, maar op origineel formaat (4000 x 2672 pixels) met een Olympus TG 5. Niet helemaal goed scherp gesteld, maar even snel gemaakt door Monique. Deze foto staat al eerder op de pagina, maar is dan een uitsnede van een camera met een grote sensor. Door de kleine censor is de scherptediepte groter, maar er is meer ruis die in de nabewerking weggehaald moest worden.

Meer lezen? Kies één van onze andere blogs via deze link, of selecteer een blog via de Categorieën of Tags op deze pagina.